Liefde, lust & lachrimpels

Knibbel knabbel knuisje

Voor Nijmegen draaien ze de snelweg af. Niet naar de stad dus, denkt Greetje. Nog tien minuten, volgens de navigatie, en nog steeds heeft ze geen idee waar ze naartoe gaan. De omgeving wordt groener en groener. Een hutje op de hei? Ze kan het zich niet voorstellen. Hans is al de hele dag aan het stuiteren, als een kleuter die zijn kinderfeestje mag geven.
Hoe vaak ze het ook geprobeerd heeft, hij wilde geen hint ge-ven. Zelfs de belofte dat ze er vanavond iets tegenover zou zet-ten, had niet geholpen. Nog vijf minuten, dan zal ze het weten.
Terwijl hij rechtsaf slaat, valt haar oog op een schuingezakt bewegwijzeringbordje: “Camping de Weijde Blick”. Nee, hè! Kon hij niets saaiers vinden?
Ze probeert zijn blik te vangen, maar hij kijkt stoïcijns voor zich uit. Met hoogrode wangen. Hij vindt het dus ook spannend, terwijl hij weet waar ze naartoe gaan!
Het volgende bordje naar de camping wijst naar links, Hans slaat rechtsaf. Gelukkig geen camping dus, maar wat dan? Greetje ziet alleen maar bomen. Zelfs het asfalt verdwijnt. Ze hobbelen over een bospad, dat meer kuil dan pad is. Slechts hier en daar weet een sprankje zon het dichte bladerdak te doorbo-ren. Iedere straal licht een kiezelsteen op. Witte kiezelstenen, die de weg lijken te wijzen, dieper en dieper het bos in.
‘Waar gaan we in hemelsnaam naartoe?’
‘Dat zie je zo.’
Het begint te bonzen in haar hoofd. ‘Hans…’ Dan ziet ze het. Verscholen tussen oude eiken: een huisje. En geen normaal hou-ten boshuisje. De wanden zijn opgebouwd uit roze spekblok-ken. Snoephartjes vormen een geel met wit schuin dak. Tegen de voorgevel zitten felgekleurde cirkels. Lolly’s?
Greetje knijpt haar ogen samen. Op de deur hangt een suiker-spinroze bordje. “Snoephuisje”. Het staat er echt. En het raam-kozijn lijkt van suikergoed.
Ze likt haar lippen af. ‘Kunnen we daar de muren eten?’
‘De muren en…’ zijn hals kleurt ook rood ‘… elkaar.’