Bobbel en Bengel en de Apenstreek

pagina een

Bobbel en Bengel gaan aapjes kijken, samen met oom Gijs en nichtje Roos. Roos wil wel honderd foto’s maken. En Bobbel weet van wie...

Hij strijkt zijn snorharen glad. ‘Roos, ik ben er klaar voor,’ zegt hij. ‘Niet nu.’ Bengel duwt oom Gijs en Roos vooruit. ‘De apen krijgen zo eten.’

pagina twee

‘Welkom bij de doodshoofdaapjes,’ zegt de apenverzorger. ‘Let op je spullen, want ze zijn heel ondeugend! Vooral die daar,’ wijst de man, ‘Tjonge.’ ‘Erger dan Bobbel en Bengel kan het niet zijn,’ zegt oom Gijs.

‘Pfff,’ blaast Bobbel en hij draait oom Gijs zijn rug toe. ‘Tsss,’ sist Bengel en hij kruipt tegen Roos aan. Psss, denkt Tjonge en ze tilt haar staart op...

pagina drie

Bobbel en Bengel proesten het uit. ‘Oom Gijs heeft een pieshoofd.’ ‘Bah, bah, bah.’ Oom Gijs loopt stampend weg.

Iedereen kijkt hem na, iedereen behalve Tjonge. Die springt op het hoofd van Roos en grijpt... ‘Ah! Mijn bril!’ gilt Roos.