Hannes droom

Op jacht

De eerste zonnestralen komen nauwelijks door de groezelige ramen van de herberg heen. Het zachtroze licht is nog te zwak om de gasten in de gezamenlijke slaapzaal wakker te maken, maar geeft Hanne net genoeg zicht om langs de stapelbedden te sluipen. Haar blote voeten schuifelen over de ruwhouten vloer. Ze mag geen geluid maken, nog geen zuchtje …
Een van de planken kraakt en Hanne blijft bewegingloos staan.
De man in het onderste bed woelt en draait zich naar haar om. Uit zijn mond komt een indringende dranklucht. Zijn ogen zijn nog dicht, ze heeft zijn droom niet verstoord.
Een mooie droom, ziet ze aan het kristal dat zich in zijn linkerooghoek vormt. Groots en glanzend. In de schemer kan ze de kleur niet zien, maar ze vermoedt dat het zachtgeel is. Misschien zelfs met een tintje groen erdoor. Een heel mooie droom! Maar het kristal heeft zich nog niet losgemaakt van zijn oog. Het is te vroeg om te oogsten.
Hanne gaat op haar tenen staan. De man in het bovenste bed heeft zijn deken over zijn hoofd getrokken, alsof hij zich wil verstoppen. Maar een pluizig stuk stof houdt haar niet tegen! Met twee vingers trekt ze de deken wat naar beneden. Daar verschijnen zijn ogen al. Vol donkere prut. Daar kan zelfs de beste droomdrankenbrouwer niets van maken.
Op haar tenen loopt ze verder naar het volgende stapelbed. Onderaan ligt een man die niet alleen omgeven is door een wolk slaap, maar ook omhuld wordt door een walm alcohol. Gisteravond is er veel gedronken in de gelagkamer. Hanne vreesde al dat het een magere oogst zou worden. Sommige mannen krijgen mooie dromen van de drank, maar de meeste dromen dan warrig of akelig of helemaal niet, zoals deze. Zijn ooghoeken zijn leeg.
Hanne mag van haar meester de zaal niet verlaten zonder een paar kristallen, maar de dag klopt met steeds fellere stralen tegen de ramen. Ze zigzagt langs twee lege bedden, naar een stapelbed waar bovenin een man enorm ligt te snurken. Als zijn dromen nou ook enorm mooi zijn … Een klein kristal prijkt in zijn rechterooghoek, met verleidelijke ronde vormen. Ja, daar zal haar meester blij mee zijn.
Uit haar tas haalt ze een leeg flesje, dat in een zachte doek gewikkeld is zodat het glas niet tegen elkaar kan rammelen tijdens haar jacht. Behoedzaam beweegt ze haar pincet naar het kristal. Ze ademt met de snurker mee, in en uit, in hetzelfde ritme. Ze heeft het al honderd keer gedaan, maar toch blijft het spannend. Als ze te voorzichtig is, krijgt ze het kristal niet te pakken. Als ze te hard knijpt, beschadigt ze het.
De warme, muffe adem van de snurker blaast tegen haar wang. Zo dichtbij. Wat als hij wakker wordt?
Er gebeurt niets, spreekt ze zichzelf toe. Niet als je opschiet.
Een snelle beweging van haar duim en wijsvinger en ze heeft het. Ze laat het kristal op de bodem van het flesje vallen. Het lijkt niet meer dan een kruimel, maar het flesje bevat nu een wereld aan mogelijkheden.
Ze bergt haar schat op in haar tas, pakt meteen een nieuw flesje en glipt terug tussen de bedden naar de man die ze eerder zag, die zo verwachtingsvol lag te dromen.
Bijna. Het zachtgele kristal maakt zich al los uit zijn ooghoek, maar zit nog met een ragfijn draadje vast.
De zon kruipt langzaam maar zeker naar de bedden. Nog heel even, smeekt ze, laat deze man nog niet wakker worden. Dit kristal is te mooi, ze kan hier niet van weglopen.
Eindelijk, het draadje schiet los. Hanne omklemt het kristal meteen met haar pincet. Heel even houdt ze het vlak voor haar neus en bewondert ze haar oogst.
Geen tijd, ze moet hier weg.
Met twee gevulde flesjes vlucht ze naar de kamer van haar meester.