Home

- Nieuws
- Auteur
- Publicaties
- Bestellen
- Gastenboek

Mail

Volg mij op

Boeken

- kinderen
- jeugd
- volwassenen

Zilvernimf

Boekpresentatie

Introductie

Verhalen

Fragment

Illustratrice

 

De boekpresentatie vanZilvernimf en andere bittere sprookjes vond plaats op twee augustus 2009 op het fantasy evenement Castlefest.

Tijdens de boekpresentatie werd een sprookje voorgelezen door W.J. Maryson, dat, geheel in stijl met het boek, niet voor iedereen goed afliep...
De presentatie was een groot feest op een prachtige locatie (met dank aan regisseur Servaas)! Wim, Alex en Diana, super bedankt voor jullie fantastische inzet! Marja en Gemma bedankt voor de super leuke foto's.

Ook hier nog een woord van dank aan Iris Compiet, groot kunstenaar die mijn verhalen weergaloos heeft geïllustreerd en met wie het een eer en genoegen was om samen te werken.

En het sprookje ging zo...

foto'sEr was eens een uitgever die heel erg jaloers was. Hij was maar een kleine uitgever en werd door de grote jongens altijd uitgelachen. ‘Jij bent een prutser, die altijd in de marge zal opereren,’ zeiden ze tegen hem.
De kleine uitgever werd daar woest van. Regelmatig lag hij in bed te denken hoe hij het de grote uitgevers betaald kon zetten. Hij wilde al die omhooggevallen directeuren omtoveren in dikke padden, maar de enige heks die hij onder contract had, was eigenlijk een nepheks die alleen mannen tot makke schapen kon omtoveren.
Een ander plan van hem was om alle goed verkopende auteurs bij die grote uitgevers weg te halen. Maar de kleine uitgever had niet zoveel geld en had de auteurs niet zoveel te bieden. Hoewel hij hen gouden bergen beloofde, zagen de auteurs ook wel in dat hij een fantast was die zijn woorden niet kon waarmaken. Ze lachten hem uit waardoor de kleine uitgever nog gefrustreerder werd.
Hij hield alle veelbelovende auteurs en grote uitgevers in de gaten, wachtend als een reuzenspin in zijn web op een kans.
Op een dag hoorde hij veelbelovend gefluister. Er waarde een gerucht rond in schrijversland. Een talentvolle schrijfster en een zeer getalenteerde illustratrice gingen samenwerken voor een bijzonder project. Een boek dat niet alleen zinderend was om te lezen, maar ook een lust voor het oog. Een boek dat alle verwachtingen zou overtreffen en rechtstreeks de bestsellerlijst in zou gaan.
Dit is mijn kans, dacht de kleine uitgever. Dat boek moet ik hebben! Dan vestig ik mijn naam als uitgever en lach ik iedereen uit.
Hij trok zijn mooiste pak aan, poetste zijn tanden en kamde zijn haren. Omgeven door een frisse walm van aftershave zocht hij de talentvolle schrijfster op. Ze was hard aan het werk maar wilde wel even tijd voor hem maken. Hij lachte zijn liefste glimlach en probeerde haar te paaien met weloverwogen luchtkastelen. Maar de schrijfster wimpelde hem af. ‘We hebben al heel veel aanbiedingen gehad.
Aanbiedingen van grote jongens die ons wereldberoemd kunnen maken. Het spijt me, maar dit boek verdient meer dan jij ons kunt geven.’
De kleine uitgever beet zijn tanden op elkaar en vertrok. Hij had met liefde en plezier dat arrogante hoofd van dat zelfingenomen lichaam willen rukken. Maar dan zou er natuurlijk helemaal geen boek komen. Dus hij besloot om het eerst bij de illustratrice te proberen.
De illustratrice was druk in de weer met potlood en aquarel. De tekening waar zij aan werkte, benam hem de adem. Het was zo mooi, zo indrukwekkend, zo overweldigend! Nu begreep hij pas echt hoe bijzonder dit boek ging worden. Hij moest die dames onder contract krijgen, wat het hem ook zou kosten!
Hij ging op zijn knieën en pakte de bevallige hand van de illustratrice. ‘Laat mij jullie boek uitgegeven,’ zei hij. ‘Ik geef jullie alles wat jullie willen. Ik zal ervoor zorgen dat jullie wereldberoemd worden. Dat het boek vertaald wordt en in alle landen uitgegeven. Ik zal jullie groot maken.’
De illustratrice keek recht door zijn leugens heen. ‘Wij zijn al groot, meneer de kleine uitgever. Wij hebben u niet nodig. Dank u wel voor de moeite.’
Razend en tierend ging de uitgever naar huis. Stelletje verwaande wijven! Wat dachten ze wel! Dit zou ze bezuren!
Thuis broedde hij op een plan. Hoe kon hij die feeksen terugpakken? Hun boek, dat was het allerbelangrijkste voor hen. Dat zou hij van hen afpakken, zodat ze niets meer hadden. Helemaal niets! En ik, dacht hij, ik heb het dan wel. Dan heb ik het mooiste boek van dit jaar in mijn handen. Ik ga rijk en beroemd worden.
Stapels bankbiljetten vlogen voor zijn ogen voorbij. Eindelijk zou zijn droom uitkomen. Hij zou de rijkste, grootste, meest gerespecteerde uitgever van heel de wereld worden.
Hij huurde een computercrimineel in die de mailtjes van de schrijfster en de illustratrice onderschepte. Zo kwam hij erachter waar ze het boek lieten drukken. Hij wachtte tot het allerlaatste moment, zodat ze geen enkele argwaan zouden hebben.
De dag voor de grote boekpresentatie zouden de boeken worden afgeleverd. Een hele vrachtwagen vol papieren goud. De kleine uitgever wist welke route de chauffeur zou nemen en had een val opgesteld. De chauffeur reed regelrecht in de fuik en stapte uit om te zien wat er aan de hand was. Een mannetje van de kleine uitgever sloeg de chauffeur neer en stapte zelf in de vrachtwagen.
Vanaf een afstandje zuchtte de kleine uitgever gelukzalig. Het was gelukt! De boeken waren van hem! Zijn mannetje zou ze naar het buitenland vervoeren, waar ze veilig waren, het mannetje had hem verzekerd dat hij een plek wist die niemand ooit zou vinden. Hijzelf zou eerst naar Castlefest gaan, om de ontredderde blik in de ogen van die hooghartige schrijfster en illustratrice te zien. Maar eerst ging hij thuis genieten van de paniekmailtjes, die ongetwijfeld heen en weer zouden schieten over het Internet.
Goedgehumeurd kwam de kleine uitgever op Castlefest aan. Het hele land was in rep en roer, omdat de boeken op mysterieuze wijze verdwenen waren, zonder een spoor achter te laten. Zelfs het acht uur nieuws had er uitgebreid aandacht aan besteed en Peter R. de Vries was op zoek naar de boeken.
De kleine uitgever lachte in zijn vuistje. Niemand wist waar de boeken waren, zelfs hij niet. Alleen zijn mannetje, en die zouden ze nooit vinden.
De schrijfster en illustratrice liepen met dikke wallen rond op het festival. Hun ogen zagen rood van het huilen. Ze waren wanhopig en zochten achter iedere steen, iedere graspol naar hun verdwenen boeken.
De uitgever voelde zich de grootste ter wereld. Hij genoot van hun ellende. En wat hem betreft was er geen straf zwaar genoeg.
Ondanks de verdwenen boeken, waren er toch een heleboel mensen afgekomen op de boekpresentatie. Waarschijnlijk hoopten ze dat er nog een wonder zou gebeuren. Verscholen in een hoekje keek de kleine uitgever toe.
De schrijfster en illustratrice zaten met hun handen in het haar. Ze wisten niet wat ze moesten zeggen en keken het publiek verslagen aan.
Ineens ontstond er opschudding. Een oude, kromme heks werkte zich door de menigte heen. ‘Uit de weg, maak plaats,’ kraste haar hoge, schrille stem. ‘Waar is de brand die ik moest blussen?’
De schrijfster en illustratrice pakten haar handen vast. ‘Help ons, goede heks, help ons alstublieft. Kunt u onze boeken voor ons terugvinden?’
‘Dialana kan alles,’ antwoordde de heks met een grijns. Ze pakte haar toverstaf en draaide ermee in het rond. De toverstaf begon te trillen, leek een eigen leven te gaan leiden, en trok de heks vooruit, dwars door het publiek heen, naar de kleine uitgever toe.
‘Hier hebben we de dader!’ gilde de heks.
De kleine uitgever probeerde te ontsnappen, maar alle ogen waren op hem gericht. Hij kromp in elkaar toen de heks hem vastgreep en naar voren sleurde.
‘Waar zijn de boeken?’ vroeg ze terwijl ze hem vorsend aankeek.
‘Dat weet ik niet,’ piepte de kleine uitgever.
De heks tikte met haar toverstaf op zijn voorhoofd en murmelde onverstaanbare woorden. ‘Ik vraag het je nogmaals, en iedere leugen zal je nu bekopen met onmenselijke pijnen. Waar zijn de boeken?’
‘Dat weet ik niet,’ herhaalde de kleine uitgever.
De heks krapte aan de puist op haar neus. ‘Hij weet het echt niet, anders had hij nu kronkelend van de pijn op de grond gelegen.’
De schrijfster en illustratrice grepen de heks wanhopig vast. ‘Help ons! Alstublieft!’
‘Ik zal jullie helpen. Maar eerst zal ik met dit minkukel afrekenen. Wat denken jullie, zou een groene huid hem mooi staan? Een kikker of een pad? Of zal ik hem in een kakkerlak veranderen? Dan kan ik hem onder mijn zool verpletteren!’
De kleine uitgever werd wit rondom zijn neus. ‘Nee, alsjeblieft, doe dat niet. Ik zal mijn leven beteren! Au!’ Hij viel op de grond, steunend en kreunend van de pijn.
De heks zette haar voet triomfantelijk op de borst van de kleine uitgever en draaide met haar toverstaf. Haar ogen schoten vuur terwijl ze haar magische spreuk uitsprak. Er volgde een knal en de kleine uitgever was verdwenen. De heks speurde naar de grond en vond het miezerige insect, dat rende voor zijn leven. Ze plantte haar hak erbovenop en kakelde het uit. ‘Tot nooit meer ziens, kleine uitgever.’
Ze wendde zich tot de schrijfster en illustratrice. ‘Wees niet bang, alles komt goed. Ik zal jullie boeken hierheen toveren.’
Ze ging voor haar ketel staan en roerde erin met haar toverstaf. Ze zocht in haar zakken maar vond blijkbaar niet wat ze nodig had. ‘Mijn ingrediënten, ik heb mijn ingrediënten thuis laten liggen. Wie kan mij helpen? Ik heb een gouden muntstuk nodig, papier, een nagel en een haar.’
De heks liep door het publiek, op zoek naar de juiste ingrediënten. De aanwezigen gaven haar wat ze nodig had.
‘Vuur, ik heb vuur nodig.’
Van iemand kreeg ze een vuurstok en met alle ingrediënten ging de heks terug naar haar ketel. Zij stopte de ingrediënten erin en de toverdrank begon te walmen. ‘Ik mis nog één ding…’ zei de heks. Van de grond raapte ze de dode kakkerlak op en voegde die toe aan de toverdrank. De drank begon te sidderen.
‘Ja, zo is het goed,’ moedigde de heks haar brouwsel aan. ‘Kom maar hierheen met die boeken. Kom maar bij Dialana.’
Nog meer rook kwam er uit de ketel. Tot er een ontploffing volgde. En wat bleek? De heks hield het boek van de schrijfster en de illustratrice in haar handen.
Het publiek klapte uitzinnig en de schrijfster en illustratrice bedankten de heks. Ze waren blij, zo blij.
En zo kwam het toch nog goed. De heks ging terug naar haar huisje in Modderland en de schrijfster en illustratrice verkochten al hun boeken en werden wereldberoemd.
Zij leefden, vanzelfsprekend, nog lang en gelukkig en maakten nog heel veel mooie boeken.

 

Logo Bianca Mastenbroek
Bianca Mastenbroek Bianca Mastenbroek (1975) is geboren en getogen in De Moer (zes straten, een kerk en een café) en woont sinds 1995 in Eindhoven.
Zoals heel veel schrijvers was ze van jongs af aan al gek op lezen en schrijven. Als kind schreef ze hele schriften vol. Haar allereerste ‘boek’ heeft ze als tiener nog op de typemachine uitgetypt.
 
  Lees meer op de pagina 'Auteur'  
     
Vuurproef