Home

- Nieuws
- Auteur
- Publicaties
- Bestellen
- Gastenboek

Mail

Volg mij op

Boeken

- kinderen
- jeugd
- volwassenen

De boom in

Fragment

Introductie

Recensies

In de pers

 

Het hart van een wetenschapper

Tijdens de kerkdienst had Neeltje gebeden: ‘Almachtige God, help mij om mijn vader over te halen om mij naar het gymnasium te sturen, zodat ik daarna naar de TH kan.’
Het lijkt erop dat God haar een kans wil geven, want Neeltjes vader zit tevreden in zijn stoel, met een glaasje jenever. Omdat hij vandaag niet hoefde te werken, heeft hij geen pijn in zijn rug. Dus nu is het moment …
Toch zoekt Neeltje eerst haar moeder op in de keuken. ‘Moeder, is vader in een goede bui om hem iets te vragen?’
‘Wat wil je dan aan hem vragen?’
‘Om mij volgend jaar niet naar de huishoudschool te sturen, maar naar het gymnasium.’
Haar moeder roert in de soep voordat ze antwoordt: ‘Het is heel belangrijk dat je naar de huishoudschool gaat. Daar leer je hoe je gezond kunt koken voor je gezin. Of welke soorten zeep en stijfsel je voor welke was moet gebruiken. En nu, met al die nieuwe elektrische machines, is het helemaal belangrijk. Jij hoeft straks de was niet meer met de hand te doen, maar zal daarvoor een wasmachine gebruiken. Dan moet je wel weten hoe je zo’n ding moet gebruiken.’
Neeltje wil dat apparaat niet gebruiken, ze wil zo’n apparaat uitvinden. En nog veel meer apparaten, om het werk van haar moeder en vader makkelijker te maken. Als ze dat aan haar moeder uitlegt, kijkt deze glazig. Ze snapt er duidelijk niets van.
‘Praat toch geen onzin, zusje.’ Haar broer Willem staat ineens in de keuken. Hij is slechts een jaar ouder dan Neeltje, maar twee keer zo lang en twee keer zo breed. Willem houdt net als Neeltje van cijfers, maar hij wil later rijk worden, het liefste zonder er al te hard voor te werken.
Voor Neeltje zeggen cijfers meer dan woorden. Cijfers zijn eerlijk, die kun je niet verdraaien. Terwijl je ze wel kunt optellen, aftrekken en vermenigvuldigen. Cijfers drukken vaak precies uit wat ze voelt of hoe ze iemand ziet. Nu voelt ze zich een 6. Haar buik is net als de 6 rond van hoop.
En Willem is een echte 5, een eend met een dikke buik, zijn snavel recht vooruit, klaar om naar haar te pikken. ‘Denk je nou echt dat jíj kunt studeren? Misschien moet je een keer in de spiegel kijken. Dan zie je een zielige nietsnut. Maar wees niet bang, als ik later rijk ben, zorg ik voor jou.’
Ze laat die blaaskaak toch niet voor haar zorgen? Het liefst zou ze haar tong naar hem uitsteken, maar ze heeft belangrijkere dingen te doen. Neeltje ademt een keer diep in en loopt naar de woonkamer.

Haar andere twee broers spelen een kaartspel, die zien haar niet eens. Vader wel, die knikt haar zowaar toe. Dat moet een goed teken zijn! Neeltje gaat voor hem staan, haar armen keurig op haar rug.
‘Wat is er?’
Moet ze wachten tot hij zijn glaasje jenever leeg heeft? Nee, de woorden staan te trappelen in haar keel. ‘Vader, ik wil u iets belangrijks vragen. Ik wil gaan studeren aan de TH, maar dan moet ik eerst het gymnasium d…’
‘Begin je daar nu weer over?’
Zijn stem klinkt als donder in de verte: een dreiging die snel dichterbij kan komen. Neeltje weet dat het zinloos is, maar ze kan haar lippen niet op elkaar houden. ‘Als ik gestudeerd heb, kan ik bij grote bedrijven gaan werken of bij de overheid.’ Dat heeft Neeltje gehoord van haar buurmeisje Henny. En Henny kan het weten, want zij studeert aan de TH!
‘Grote bedrijven maken de kleine man kapot.’ Op vaders gezicht staat afschuw te lezen. ‘En de overheid is nog erger.’ Dan kijkt hij haar aan. Het lijkt alsof hij haar voor het eerst in zijn leven ziet. ‘Wat denk je nou, dat jij als dochter van een metselaar kunt rondlopen tussen de hoge piefen? Jij moet later een goede man zien te vinden. Daarom ga je naar de huishoudschool.’ Zijn toon is duidelijk, hij wil geen discussie meer. Met zijn hoofd wijst hij naar de krant die de buurvrouw vanochtend gebracht heeft. ‘Geef die eens aan.’
Neeltje knippert met haar ogen om de tranen terug te dringen. Ze geeft vader zijn krant en rent de trap op. Voor ze lelijke dingen gaat zeggen. Met een plof duikt ze op haar bed. Het is toch niet eerlijk?

 

Logo Bianca Mastenbroek
Bianca Mastenbroek Bianca Mastenbroek (1975) is geboren en getogen in De Moer (zes straten, een kerk en een café) en woont sinds 1995 in Eindhoven.
Zoals heel veel schrijvers was ze van jongs af aan al gek op lezen en schrijven. Als kind schreef ze hele schriften vol. Haar allereerste ‘boek’ heeft ze als tiener nog op de typemachine uitgetypt.
 
  Lees meer op de pagina 'Auteur'  
     
De boom in