Home

- Nieuws
- Auteur
- Publicaties
- Bestellen
- Lezers op de foto

Mail

Volg mij op

Boeken

- kinderen
- jeugd
- volwassenen

De boom in

Fragment

Introductie

Recensies

 

 

Hoofdstuk 1

Vanuit haar torenkamer keek Avonis uit over de stad. De opeengepakte huizen met de hoge deuropeningen, de mensen met hun kleurige gewaden en overdreven hoofddeksels, de mengelmoes van geluiden en geuren waren haar allemaal bekend, maar niets voelde vertrouwd. Ze was hier al twee weken en nog steeds was ze een vreemde in de hoofdstad. Een vreemde voor zichzelf.
Wie ben ik? Waar ben ik? Wat doe ik hier?
Hoe langer ze erover nadacht, hoe meer de vragen knaagden. Hier zitten, niets weten, niets kunnen, terwijl het eiland bedreigd werd door een oorlogsvloot!
Ze was vrij om door het kasteel te lopen, om de stad in te gaan, maar ze voelde zich gevangen. Gevangen door leegte.
Ze drukte haar handen tegen haar slapen. Zat daarbinnen nog iets? Haar hoofd was leeg en vol tegelijk. Ze had zo veel vragen dat ze er dol van werd. Waarom keken de adviseurs naar haar alsof ze hun iets had aangedaan? Waarom mocht ze in het kasteel wonen, terwijl ze duidelijk niet welkom was?
Kale muren, een koude vloer en saaie meubels omringden haar. Leeg en grijs was haar kamer, net als zij. Ze wilde haar leven inkleuren, maar wist niet waar ze moest beginnen. Of wel...
Haar blik gleed naar de muur die aan de kamer van Fokko grensde. Ze zag zijn jongensachtige grijns voor zich, zijn aanstekelijke lach, de ondeugende fonkeling in zijn ogen. Kriebels wriemelden in haar buik. Hij was grappig en lief, maar was hij te vertrouwen? Iedereen behandelde haar als een buitenstaander, behalve hij. Waarom?
Vragen, vragen, vragen. Hier zou ze geen antwoorden krijgen. Ze greep de paarse muts die op haar bed lag. Tijdens het opzetten gleden haar vingers over de kale plek boven op haar hoofd. Er begonnen stekelige haartjes te groeien. Volgens Fokko had daar een hoorn gezeten, net zo een als hij had. Ze kon zich er niets bij voorstellen.
‘De vijand heeft je ouders vermoord,’ had Fokko verteld. ‘Ik kwam te laat om ze te redden. Ik ging het gevecht met ze aan, maar ze waren te sterk voor mij. En toen verscheen jij. Jij offerde je magie en je geheugen op om mij te redden en samen lukte het de vijand te verslaan. Je bent een held.’
Maar ze werd niet als een held behandeld, hooguit door Fokko. Op haar talloze vragen – waarom viel de vijand juist háár ouders aan, waar was zij geweest toen de aanval begon, en waarom had zij bij haar ouders gewoond, terwijl de andere enkelgehoornden in de zittingshuizen van de provincies woonden? – had hij niet of ontwijkend geantwoord. Dat was niet belangrijk, zei hij.
Misschien niet voor hem, maar wel voor haar! Haar verloren verleden voelde als een zwarte mist waarin ze dreigde te verdwalen. Het leek of ze niet wist wie ze moest zijn, voordat ze wist wie ze was geweest. Was dat stom? Volgens Fokko was het hier en nu belangrijker dan het verleden. Dat lag achter je, dat was voorbij. Misschien voelde dat zo als je een verleden had, maar zij... Ze had antwoorden nodig voor ze verder kon!

 

 

Logo Bianca Mastenbroek
Bianca Mastenbroek Bianca Mastenbroek (1975) is geboren en getogen in De Moer (zes straten, een kerk en een café) en woont sinds 1995 in Eindhoven.
Zoals heel veel schrijvers was ze van jongs af aan al gek op lezen en schrijven. Als kind schreef ze hele schriften vol. Haar allereerste ‘boek’ heeft ze als tiener nog op de typemachine uitgetypt.
 
  Lees meer op de pagina 'Auteur'  
     
Geheugenstrijd