Home

- Nieuws
- Auteur
- Publicaties
- Bestellen
- Gastenboek

Mail

Volg mij op

Boeken

- kinderen
- jeugd
- volwassenen

Fragment

Introductie
Recensies

 

Hoofdstuk 1: Straf

Tim verveelt zich.
Buiten ligt sneeuw.
Het meer is bevroren en de zon schijnt.
Daarom is iedereen buiten.
Maar Tim mag niet naar buiten.
Hij zit op zijn kamer, want hij heeft straf.
Een stomme en veel te strenge straf.
De hele kerstvakantie lang.
En waarom heeft hij straf?
Omdat hij Jasper heeft geslagen.
Nou ja, niet alleen geslagen…
Tim heeft Jasper in elkaar getrapt.
Want Tim was boos.
Nee, hij was woedend!
Jasper had hem op school een ‘dove loser’ genoemd.
Tim had niet gehoord wat Jasper zei.
Tim had de woorden van Jaspers lippen afgezien.
Heel duidelijk.
Dove loser.
Tim had het echt gezien.
Niemand weet dat hij kan spraakafzien.
Dat is niet nodig, want hij heeft spraakherkenning.
De spraakherkenning is een slimme app.

De app herkent wat mensen zeggen.
Het is net als bij de ondertitels van een film.
De spraakherkenning laat Tim de woorden en zinnen zien.
Tim leest dus wat mensen zeggen.
De woorden komen op een scherm.
En hij is de enige die het kan zien.
Het is niet echt, het is een projectie, net als een filmbeeld.
Tim heeft een smartbril op.
En die smartbril projecteert dat scherm.
Een smartbril is niet voor slechte ogen.
Er zitten niet eens glazen in!
De smartbril is tegelijk een computer, een mobiel en een afstandsbediening.
Iedereen heeft er één.
Zonder smartbril kun je niet leven in het jaar 2042.
En die van Tim kan meer dan die van andere mensen.
Want zijn smartbril heeft bijzondere Apps.
Omdat Tim doof is.

Jasper had gezegd: ‘Tim is een dove loser.’
Toen was Tim woedend geworden.
Hij was boven op Jasper gedoken.
Hij had geslagen en getrapt.
Tot de leraren hem van Jasper af trokken.
Jasper moest naar het ziekenhuis.
Hij had een gebroken neus en een gebroken rib.
Net goed, vond Tim.

Niet goed, vond de directeur van school.
Helemaal niet goed, vonden de ouders van Tim.
Het was niet de eerste keer dat Tim gevochten had.
Het was ook niet de tweede keer…
En het zou vast ook niet de laatste keer zijn.
Dus Tim kreeg straf.
De hele kerstvakantie moet hij klusjes doen in het
gebouw waar zijn vader werkt.
En hij mag de hele vakantie niet naar buiten.
Tim voelt zich een gevangene.
Hij wil iemand slaan.
Of iets kapot trappen.
Hij vindt het niet eerlijk.
En hij baalt enorm.
Niet alleen van de straf.

Hij baalt omdat hij doof is.
Tim bladert door de menu’s van zijn smartbril.
Hij wil een game spelen.
Hij kiest een race-spel.
Meteen verandert zijn kamer in een race-baan.
Een rode race-auto staat klaar.
Tim beweegt zijn rechtervoet alsof hij gas geeft.
De camera’s van zijn smartbril zien die beweging.
Op het scherm leest hij dat de auto een hard geluid maakt.
De motor maakt herrie.
Tim doet alsof hij het gaspedaal nog verder indrukt.
De rode race-auto trilt.
Op het scherm staat:
De motor maakt heel veel herrie.
Dan schiet de rode race-auto vooruit.

Tim houdt zijn handen recht voor zich, alsof hij een stuur vasthoudt.
De camera’s van zijn smartbril zien alle bewegingen.
Als Tim naar rechts stuurt, gaat de race-auto naar rechts.
Als hij naar links stuurt, gaat de auto naar links.
Tim scheurt rondjes op de race-baan.
Hij knalt met zijn auto tegen een andere auto aan.
Op het scherm staan de geluiden.
Een knal.
Gierende banden.
Tim gaat met de auto door de bocht.
Hij rijdt te snel!
Hij remt zo hard hij kan.
Piepende remmen staat er op het scherm.

Zijn rode auto rijdt van de race-baan af.
Maar Tims gedachten zijn niet meer bij het spel.
In zijn hoofd hoort hij de piepende remmen.
Piepende remmen was het laatste wat hij ooit hoorde.
Hoe lang is het al geleden?
Twee jaar.
Ja, twee jaar geleden zat hij op zijn smartfiets.
Tim was op weg naar school.
Opeens werd het zwart voor zijn ogen.
Hij kon zich niet meer bewegen.
Hij voelde dat hij van zijn fiets af gleed en hard op de
straat viel.
Daar lag hij.
En toen hoorde hij de piepende remmen van een auto.

De auto stopte net op tijd.
Tim werd naar het ziekenhuis gebracht.
Hij had een bloeding in zijn hersenen.
Daardoor ging een deel van zijn hersenen kapot.
Hij kon toen niet meer horen.
Tim was doof geworden.
De dokters konden hem niet helpen.
Tim heeft geschreeuwd.
Hij heeft gevloekt.
Hij heeft gehuild.
Maar niets heeft geholpen.
De dokters konden niets doen.
Tim was doof en hij zou voor altijd doof blijven.
En dat maakte Tim zo boos!

In het ziekenhuis had hij op internet gelezen over doof zijn.
Bijna alle dove mensen kunnen geholpen worden.
Sommige mensen krijgen een implantaat en kunnen daardoor weer horen.
Maar als de hersenen kapot zijn, kunnen de dokters niets doen.
Tim vindt het niet eerlijk.
Hij leeft in het jaar 2042.
Auto’s kunnen zelf rijden.
Eten komt uit een 3D-printer.
Maar hém kunnen ze niet helpen.

 

Logo Bianca Mastenbroek
Bianca Mastenbroek Bianca Mastenbroek (1975) is geboren en getogen in De Moer (zes straten, een kerk en een café) en woont sinds 1995 in Eindhoven.
Zoals heel veel schrijvers was ze van jongs af aan al gek op lezen en schrijven. Als kind schreef ze hele schriften vol. Haar allereerste ‘boek’ heeft ze als tiener nog op de typemachine uitgetypt.
 
  Lees meer op de pagina 'Auteur'  
     
De boom in