Home

- Nieuws
- Auteur
- Publicaties
- Bestellen
- Gastenboek

Mail

Volg mij op

Boeken

- kinderen
- jeugd
- volwassenen

De boom in

Fragment

Introductie

Recensies

 

1. Levensecht

Alissa had het gevoel dat ze stikte, dat twee loeizware poten op haar borst duwden waardoor ze geen adem meer kon halen. Ze gooide de dekens van zich af en hapte naar adem.
Alissa huiverde bij de herinnering aan haar droom. Zo levensecht, het was net alsof ze erbij was geweest. Ze had de zon en de wind op haar huid gevoeld, de gesprekken van het jachtgezelschap van de koning kunnen volgen en zelfs de stank uit de bek van de bergleeuw geroken.
Dit was geen gewone droom, dat wist ze net zo zeker als dat haar naam Alissa was. Dit was een waarschuwing dat er vreselijke dingen gingen gebeuren. Net als de droom van twee weken geleden, die was ook zo levensecht geweest. Toen droomde ze dat haar vader van de bovenste sport van een ladder viel bij het snoeien van een heg. Ze had gedacht dat het slechts een droom was. Maar haar vader liep nog steeds mank en zij voelde zich nog steeds schuldig dat ze hem niet gewaarschuwd had.
Het was benauwd in de kleine, grauwe bediendekamer waar ze met haar ouders sliep. Door het raampje sijpelde grijs licht naar binnen. Nog even en de zon zou opkomen. Alissa keek opzij, haar ouders leken nog diep in slaap. Ze moest iets doen, de beelden van haar droom drongen zich aan haar op. Ze sprong uit bed en schudde haar moeder wakker. ‘Mam, word eens wakker. Ik heb gedroomd. De koning en de prinses zijn in gevaar.’
Haar moeder knipperde even versuft met haar ogen, daarna werd haar blik helder. ‘Geen paniek, het was maar een droom.’ Ze voelde aan Alissa’s voorhoofd. ‘Je bent helemaal bezweet. Je bent toch niet ziek?’
‘Nee, ik ben niet ziek. Het is die droom. Of eigenlijk zijn het die twee dromen, die door elkaar heen liepen.’
‘Dat gebeurt soms in dromen, maak je geen zorgen.’ Haar moeder sloeg een stukje van de deken weg. ‘Kom er maar even bij liggen.’
‘Er even bij liggen?’ Alissa schreeuwde. ‘Ik ben geen klein kind meer. Luister nou. De koning en de prinses zijn in gevaar. We moeten ze waarschuwen.’
‘Alissa, het was maar een droom. Maak je niet zo druk. Ga nog even slapen.’
Alissa balde haar vuisten. ‘Waarom luister je niet? Ga je met me mee om de koning en de prinses te waarschuwen?’
Haar moeder zuchtte. Een vermoeide zucht die Alissa vaker had gehoord. Mama was haar geduld aan het verliezen.
Alissa kroop terug in haar eigen bed. Waarom had ze haar ouders achteraf niet verteld over de droom die was uitgekomen? De woorden ‘ik wist dat je zou gaan vallen, pap, maar ik heb niets gezegd’ klonken alsof ze met opzet niets gezegd had. Dus had ze haar mond gehouden. Dat was ze deze keer niet van plan.

Alissa's droom

Met alle bedienden van het kasteel zat Alissa aan een lange tafel haar ochtendpap naar binnen te lepelen. Haar ouders zaten tegenover haar, in hun groene dienstuniform met het lichtblauwe embleem van de koning erop.
Alissa volgde elke hap die haar vader nam. Ze zat op de bank te wippen. Haar vader was 's ochtends altijd knorrig en je kon hem beter geen moeilijke vragen stellen voor het ontbijt. Toen hij de laatste restjes van zijn pap uit de houten kom schraapte, brandde Alissa los: ‘Pap, ik heb vannacht een afschuwelijke droom gehad. De koning werd aangevallen door een bergleeuw.’ Alissa rilde bij de herinnering. De bergleeuw had de koning met zijn klauw opengescheurd, vanaf zijn rechterschouder tot over zijn borst.
Voor haar vader kon reageren, ging ze verder: ‘Ik droomde ook dat prinses Ilena werd ontvoerd. Ze ging paardrijden en werd opgewacht door een grote groep enge mannen. De kasteelwachters werden allemaal vermoord. Allemaal! En de prinses werd meegenomen.’
Weer rilde Alissa. Ze had de angst van de prinses gevoeld toen een van de mannen met een scheve grijns op haar af kwam lopen en haar beetgreep. Alle wachters lagen dood om haar heen en de prinses kon alleen nog maar gillen. Tot ze een vieze prop in haar mond geduwd kreeg waardoor ze bijna stikte. Toen kreeg de prinses een klap tegen haar hoofd en ging de droom verder met de jachtpartij van de koning.
‘Die droom laat je niet los, hè,’ zei haar moeder. Met het kleine brilletje op haar lange neus en de stijve knot in haar haar zag ze er streng uit. Maar Alissa wist beter. Als haar moeder glimlachte, zoals nu, was het net of de zon door de wolken brak. Dan werd iedereen in haar buurt vrolijk.
‘Dromen zijn bedrog, ook al lijken ze reëel,’ sprak haar vader. ‘Het is lief dat je je zorgen maakt, maar de koning en de prinses hebben een heleboel mensen die op hun veiligheid letten. Zorg jij er vandaag met je moeder maar voor dat de koninklijke familie weer mooie, nieuwe kleren krijgt, daar hebben ze veel meer aan. Vergeet die droom.’
Alissa verbeet een boze opmerking. Het had geen zin om tegen haar ouders in te gaan. Soms wilden ze echt niet luisteren en als ze nu door bleef gaan, kreeg ze vandaag niets meer gedaan bij hen.
Vergeet die droom, klonken de woorden van haar vader na in haar hoofd. Alsof dat mogelijk was! De beelden lieten zich niet verjagen en wat papa ook zei, Alissa was ervan overtuigd dat deze droom geen bedrog was. En ze wist één persoon die daar ook zo over zou denken.

 

 

Logo Bianca Mastenbroek
Bianca Mastenbroek Bianca Mastenbroek (1975) is geboren en getogen in De Moer (zes straten, een kerk en een café) en woont sinds 1995 in Eindhoven.
Zoals heel veel schrijvers was ze van jongs af aan al gek op lezen en schrijven. Als kind schreef ze hele schriften vol. Haar allereerste ‘boek’ heeft ze als tiener nog op de typemachine uitgetypt.
 
  Lees meer op de pagina 'Auteur'  
     
De boom in